Inpakken en wegwezen!!!

Inpakken en wegwezen!!!

Het jaar daarná kochten mijn ouders een weiland, ver van de bewoonde wereld. Een kaal stukje grond dat zij later omtoverden tot een tuinparadijsje, waar mijn vader elke eerste vakantieochtend begon met een indianendans over het hele terrein. Gekleed in alleen een hele grote witte onderbroek. Gewoon om te vieren dat hij de ‘grootgrondbezitter’ was die, als hij dat wilde, ook in z’n blote kont kon rondlopen! Maar zover was het dat jaar nog niet. Nu stond hij voor de derde keer de bagage zo in de auto te puzzelen, dat alles wat mijn moeder bij elkaar gezocht had, erin zou passen.

Net toen mijn vader met een roodpaars hoofd en het schuim bijna op de lippen uitschreeuwde: ‘nu kan er ECHT geen tandenborstel meer bij!!!’, kwam mijn moeder doodgemoedereerd met twee boodschappentassen aangelopen. Wij noemden deze onverstoorbaarheid haar ‘eendentactiek’, een strategie die zij op meer hogedrukpanmomenten van mijn vader inzette; de kunst om ook in water toch niet nat te worden, door alles van je af laten glijden….En natuurlijk bleken ook deze tassen, tussen mijn zus en mij gepropt op de achterbank, nog mee te kunnen.

Het jaar daarná genoten we van een vakantie met elke dag zon en alleen mensen om ons heen die uitgenodigd waren op tijden wanneer het mijn ouders uitkwam. Maar zover was het nog niet…

De camping bleek bij aankomst overvol. De tenten stonden zo dicht op elkaar dat de scheerlijnen van de buren dwars door onze voortent heen liepen en het leek alsof we met één grote familie samenleefden. Een familie die voor mijn vader met een allergie voor ‘mensen-in-het-algemeen’ zeer ongewenst was. Ook brak een van de befaamde Nederlandse zomers aan. Na dagen met miezer-, mot-, plens- en stortregen, stak er een heuse zuidwesterstorm op. En ‘wind’ was iets dat teveel op zijn eigen innerlijke onrust leek en waar mijn vader hélemáál niet tegenkon! De maat was vol!! Terwijl mijn moeder gebogen stond over het butagasstelletje en ons avondeten, brulde mijn vader: ‘INPAKKEN EN WEGWEZEN!!! NU!!!’

In de stromende regen en een storm van windkracht 9, was er geen sprake van doordacht inpakken. Met heftige gebaren smeet mijn vader alles in de auto wat mijn moeder, onverstoorbaar als altijd, aanreikte. Dit keer kon er écht ‘geen tandenborstel meer bij’. Sterker nog…behalve voor hemzelf, was er voor niemand meer een zitplaats vrij. Er werd besloten gescheiden naar huis te reizen. Een van de kampeerburen, blij met het vooruitzicht op iets meer ruimte voor zijn eigen tent, bracht mijn moeder en ons naar het station. Nog enigszins confuus zaten mijn zus en ik uiteindelijk in een – ook overvolle – treincoupé op weg naar huis. Onze vakantie was nu dus echt afgelopen. Dit besef verwerkend, zagen we wat mijn moeder tussen alle bedrijven door bewaakt en gekoesterd had. Mijn moeder tilde de deksel op van een grote braadpan die op haar schoot stond, keek rond naar haar medepassagiers en vroeg: ‘wie heeft er zin in een gebakken karbonaadje? Ze zijn nog warm!’

Marjo Korrel

Verhalen

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *