Cocon

Cocon

Zij vouwt haar armen
om mij heen.
Vlinderlicht.
Zij beroert mijn wang
met getuite lippen.
Tintelzacht.

Waarom lijkt de maan zo licht?
En de nacht zo zwart?
Waar was ik toen jij er nog niet was?
En, mam, gaan wij samen dood?

Binnen mijn begrenzing
krijgt haar vrijheid vorm.
Onvermoede overmoed?
Vertrouwend kijkt ze
nu nog
naar me op.

Gedichten

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.